Diversen
Presentatie “Fotograferen in de tuin”
op 19 sept. 2014 bij Groei & Bloei afd. Heerenveen e.o.

 

Belichting

Een goede foto valt of staat bij de juiste belichting. Één “klik” verschil geeft al een andere sfeer.

Onder of overbelichting zal door de afdrukcentrale nog enigszins gecorrigeerd worden, maar bij beamer projectie of op TV is het geen fraai gezicht. De meeste kamera’s staan standaard in de “automaatstand”. Vaak is er een correctieknop met een + en een - , Gebruik de +  bij veel reflecterend licht (bv in de sneeuw, op het strand en op het water). Ook bij gesluierde luchten liever iets plussen.  Gebruik de - bij schaduwrijke opnamen ( bv buitenfoto’s zonder lucht erop, dichtbij opnamen met donkere bloemen).

Maak bij twijfel een "trapje" van -1 tm +1.

Witbalans

Zorgt voor de juiste kleurtemperatuur. Elke lichtbron heeft zijn eigen kleur. Met de instelling van de witbalans kan de kleur van het licht bij de opname beïnvloed worden. Opnamen bij kunstlichtlampen kunnen bv. als daglichtopname gemaakt worden, maar ook andersom. In de automaatstand wordt meestal de juiste keuze door de kamera zelf gemaakt, maar soms is een bewuste afwijking mooier.

Compositie

Compositie is de wijze waarop het beeld in lijnen en vlakken is opgebouwd. Zowel in kleur als in vorm.

Een rekbaar begrip, want elke foto is gecomponeerd. Het is een gevoelsbeleving, het beeld moet kloppen en vrij zijn van storende elementen. Het mag vooral niet "rammelen".

Contrast

Contrast is het verschil tussen de donkerst en lichtst doortekende partijen in de foto. Bij hard zonlicht ontstaan dominante slagschaduwen. De donkere gedeelten worden zwart en ongedetailleerd weergegeven. Ook in de lichtste gedeelten zit vaak geen doortekening meer en zien er uit als “uitgevreten” witte vlekken. Natuurlijk kan tegenwoordig met een fotobewerking programma al veel gecorrigeerd worden, maar dat vereist wel vaardigheid. De keuze van het moment blijft daarom essentieel. Het draait allemaal om contrastbeheersing.

Fotografeer dus liever bij diffuus licht. Een dun wolkendek geeft prachtig verstrooid licht, waardoor alle details en kleurnuances van de bloementuin beter vastgelegd worden.

Scherptediepte

Het deel van de opname, van vóór- naar achtergrond, dat scherp weergegeven wordt.

De scherptediepte wordt bepaald door het diafragma (lensopening), hoe kleiner deze is, des te groter wordt het gedeelte dat er scherp opkomt. Het type lens (groothoek of tele) bepaalt de mate van het effect.

Selectieve scherpte

Het gedeelte in de opname waar doelbewuste en weloverwogen op scherpgesteld is en alleen daar scherp moet zijn. Het effect is het sterkst bij volle lensopening in combinatie met een telelens.

 Kleurgebruik, kleurcontrast, kleurharmonie, complementaire en tegengestelde kleuren

Het toepassen van kleuren is heel persoonlijk en gevoelsmatig. In de fotografie zijn de kleuren rood, groen en blauw primair. In de kleurencirkel liggen ze recht tegenover de secundaire (of complementaire)  kleuren cyaan, magenta en geel. Een foto met maximaal kleurcontrast zien we tussen een kleur en zijn complement. Ook primaire kleuren naast elkaar knallen eruit. Kleurharmonie vindt plaats bij gebruik van kleuren die dicht naast elkaar liggen. Zelfs binnen de pasteltinten gelden dezelfde regels. Durf af te wijken, in de natuur staat ook alles door elkaar.

Perspectief (kikker / vogel)

Het perspectief in een foto wordt o.a. bepaald door het kamera standpunt t.o.v. het onderwerp. Het kan een foto schijnbare "diepte" geven, als een soort driedimensionaal effect. De suggestie wordt bv. al snel gewekt als er een stukje voorgrond mee gefotografeerd wordt.

Het kikkerperspectief geeft een sterk accent aan de kijkrichting van laag naar hoog, terwijl het vogelperspectief tegenovergesteld werkt.

Harmonie en “de kunst van het weglaten”

Harmonie is rust. Een foto moet een moment van kijkgenot teweeg brengen. Alle storende elementen worden buiten beeld gehouden. Kleuren stemmen overeen. De beeldopbouw is goed. En de elementen zijn zorgvuldig bij elkaar gezocht.

Er worden te veel foto’s gemaakt waar teveel op staat. Knip het in stukjes. Maak meer foto’s en selecteer zorgvuldig. Kruip dichter op het onderwerp, zoom in, focus op detail. Hoe minder soms, hoe fraaier.

Mijn persoonlijke slogan luidt:

“Perfectie is bereikt, niet als er niets meer valt toe te voegen, maar als er niets meer over is om weg te laten”

Tips;

Fotograferen betekent letterlijk; schrijven met licht! Maak de vertaalslag! Het chipje in de kamera is het denkbeeldig doek. Zet er wat moois op. U bent de regisseur.

Inflitsen van het  onderwerp.                                                                                                                          

Tot een afstand van 1 á 2 meter kan, juist bij zonnig weer, het inflitsen helpen om de schaduwpartijen iets “op te lichten” en het contrast hiermee wat af te zwakken. Vooral bij tegenlichtopnamen kan dit fraai zijn.

Schaduw verzachten.

Gebruik bij “dichtbij opnamen” aan de schaduwzijde van het onderwerp (nét buiten het opnamevlak) een wit stuk karton om “bij te schijnen”. Werk op statief.

Tijdstip van de dag.

Fotografeer (vooral in de zomer met een hoge zonnestand) bij voorkeur vóór 10 uur ’s ochtends of na 5 uur ’s middags i.v.m. de “warmere” kleur van het licht. Vermijdt het harde licht midden op de dag vanwege contrastoverschrijding. (zie "contrast").  

De gulden snede.

Deel het beeld denkbeeldig in 9 vlakken door het trekken van 4 strepen. Zet deze lijnen telkens op 1/3 van het beeld. Plaats het hoofdonderwerp op 1 van de snijpunten voor een sterke beeldbepaling. De reclamewereld ….

De “invoerende lijn”.

 Leidt de aanschouwer het beeld in door gebruik te maken van een bewust gekozen invoerende lijn. Vaak begint deze lijn in 1 van de hoeken. De meest logische en prettige kijkrichting begint links onderin het beeld om zo bij het hoofdonderwerp te eindigen. Probeer de opname maar eens te spiegelen!

Werk met diagonalen.

Lijnwerking van hoek naar hoek geeft meer spanning en dynamiek in uw foto.

In of uit het midden.

Vlakverdeling met een korte en een lange kant, kijken prettiger. Toch kan het spannende foto's opleveren als gelet wordt op symmetrie of een mooi evenwicht als het hoofdonderwerp pontificaal in het midden staat. 

Kijkrichting.

Plaats mensen, dieren en beelden zodanig, dat ze het beeld inkijken en niet uitkijken.

Vóór en ná de bloei.

Fotografeer niet alleen tijdens de bloei, maar ook ervoor en erna. Het is 3x genieten!

 Gebruik van oneven aantallen.

Net als met bloemschikken, vermijdt even aantallen. Liever, 1, 3, 5 of zeven.

Weersinvloeden.

Regen, wind, sneeuw, hagel, mist, rijp en ochtenddauw. Alles heeft zijn charme.

Tegenlicht.

Geen mooier licht dan tegenlicht! Proberen! Silhouetten zijn spannend!

Witte vlekken.

Vermijdt witte vlekken in de opname, zeker als ze tegen de zijkant van het beeld zitten. Het leidt af en trekt de aandacht weg van het onderwerp.

 Vorm en kleur.

Durf te abstraheren. Het hoeft niet altijd herkenbaar te zijn. Soms is abstract juist intrigerend.

Diversiteit.

Kies bij het samenstellen van een serie voor bv een fotoboek, website of DVD voor een grote diversiteit. Voeg foto's toe van ornamenten, vogels, insecten, vlinders, amfibieën, weerspiegeling,

Marcel Batist.

 

 

meer
20
Jul
Volkstuin: verrassingen
15
Jul
Volkstuin: het gewas bij de buren…….